Lisa@Gambia

Archive for the ‘reisverhaal’ Category

cadeautje voor mijn zus – the making of

with one comment

LR_MG_1017

De enige plaats waar geen zon is, is onder een grote mango boom. Er hangen enkele jongens rond de boom die op hun gemak een sigaretje roken. Ik sta niet ver van hen en één van de jongens roept me bij zich. Hij voelt diep in zijn zakken en haalt er een hand vol prullen uit. Hij rommelt er wat tussen en haalt er fier een munt van 50 euro cent uit. Vol verwachting vraagt hij hoeveel het muntstukje waard is en of ik het zou willen wisselen in dalasis. Het is ongeveer 18 dalasi. Ik heb enkel een briefje van 100 en wisselgeld zit er niet in. Ik beloof hem dat ik morgen zijn dalasis zal bezorgen. Daarmee kan hij dan 38 Business Royal sigaretjes kopen.

Ondertussen ben ik aan het wachten op Souleyman, een kleermaker die meehelpt in Equigambia. Hij komt me oppikken om samen naar zijn winkeltje te gaan. Vandaag ga ik foto’s maken van Souleyman die een cadeautje zal maken voor mijn zus. Terwijl ik de jongens onder de boom nog wat gezelschap houd kijk ik in het rond of ik Souleyman nergens zie. In de verte zie ik hem aankomen. Hij steekt zijn arm in de lucht, doet teken dat ik met hem moet meekomen en draait zicht om, richting de winkel. Ik probeer hem bij te houden en huppel achter hem aan.

De winkel is niet groter dan 9m². Het enige licht dat in het winkeltje binnenvalt is door de deuropening, er is nergens een raam of een lamp te bespeuren. In de rechtermuur zie ik dat er vroeger een deuropening was dat nu is toe gemetst. Er liggen overal pakjes met kleren die hersteld moeten worden en op de grond ligt een oud strijkijzer waar je kolen in moet doen. Hij begint te knippen in de stoffen en ik haal mijn fotomateriaal boven. Het werk kan beginnen. Ik doe mijn fototas van mijn rug want tijdens het fotograferen wil ik iedere cm van de piepkleine ruimte benutten. Ik probeer de ideale standpunten te zoeken voor mijn foto’s maar daarvoor moet ik constant mijn rugzak verzetten. Nergens in dit kleine winkeltje is er plaats om hem te verstoppen. Jezus, wat een gepruts!

LR_MG_0888

Er komt een jonge man in de deuropening staan – die al het licht weg neemt – en begint me nieuwsgierig uit te vragen en verplicht me bijna om ook fotos van hem te nemen. Hij is redelijk irritant en ik negeer hem. Met mijn groothoek weet hij niet dat ik toch foto’s van hem aan het maken ben. Hij blijft maar door vragen met de gebruikelijke vragen tot Souleyman hem de deur wijst. Souleyman lucht zijn hart over het gedrag van zijn mannelijke leeftijdsgenoten. En ik zelf klaag ook nog even over hoe irritant de “bumsters” met hun opdringerigheid niet zijn. Souleyman is één van de weinige jongemannen hier die zich niet opdringt. Hij is geen rokkenjager, hij maakt ze alleen maar.

Souleyman is een Senegalees die kleren ontwerpt en maakt. Daarbuiten is hij ook nog muzikant. Hij is heel erg bezig met mode. De aantal keren dat ik hem gezien heb droeg hij iedere keer een andere bril. En die draagt hij niet omdat zijn ogen slecht zijn, gewoon omdat ze mooi zijn. Voor de foto heeft hij ook een mooi grijs hemd met lange mouwen aangetrokken. Alles voor de foto. In 5 minuten tijd hebben er zich grote zweetvlekken gevormd op zijn hemd. Hij bedenkt zich en gaat naar huis om zich te verkleden.

Na een uurtje knippen en naaien merkt hij op dat hij de rits is vergeten bij equigambia. Hij kan niet meer verder doen. Hij excuseert zicht en vraagt me of ik het niet erg vind om volgende week het werk verder te zetten. Geen probleem. Ik pak mijn spullen terug in en vertrek richting huis.

Written by lisa

juli 18, 2009 at 6:12 pm

Geplaatst in reisfotografie, reisverhaal

baajfaal

with one comment

Ik ga de sleutel van mijn verblijf in Banjul ophalen bij mijn overbuur. Een winkeltje recht over het appartement dat vroeger fel blauw was. De gevel heb ik toen gebruikt bij één van mijn favoriete foto’s van mijn vorige reis, waar een meisje voorbij wandelt met een paraplu en een broodje akara in de hand. Ik sta voor het winkeltje en staar naar een rode muur met gestroomlijnde witte letters “coca cola”. De nieuwe uitbater werpt me mijn sleutels in mijn hand en ik sleur al mijn bagage de trap op. Draai de sleutel om, stamp een paar keer tegen de deur, die daarna open zwiert. Alles is er leeg, met uitzondering van een tafel, 2 zetels en in de slaapkamer een bed. Het wordt donker dus ik druk op het knopje voor het licht. Niets. Hier sta ik dan, in een verlaten appartement zonder elektriciteit. Home sweet home…

Veel tijd om te piekeren over hoe ik mijn foto’s zal back-uppen zonder elektriciteit heb ik niet. Ik word verwacht op een gebed van de Baajfaal. Een aanhangsel van de islam. Hoe het geloof precies in elkaar zit moet ik nog eens goed uitpluizen maar in alle geval is het niet zo strikt als de pure islam. 5 keer bidden per dag zit er voor hen niet in. Normaal bidden ze op donderdagavond. Maar sinds een tijdje ook op woensdagavond. Vandaag zal ik bij 1 van hun gebeden aanwezig zijn. 2 jaar geleden was ik ook hun gast en heb ik mijn ogen uitgekeken, veel gefotografeerd om vast te stellen dat er geen enkele foto van gelukt was. Vanavond mijn herkansing.

22.00. ik stap de compound binnen en kijk om me heen. Buiten enkele djembés die op de grond in het zand liggen is er nog niets dat er op wijst dat hier straks gebeden zal worden. Ik werd om 21.30 verwacht maar zoals ik ondertussen al weet moet je hier nergens op tijd aankomen tenzij je graag met je vingers draait. Na enkele mislukte pogingen om een versterker aan te sluiten die verbonden is met een grote luidspreker waaruit gezangen van de baajfaal horen te komen, besluiten de jongens het op te geven en enkel met eigen klankkasten te werken.
23.00. het volk begint stilletjes aan toe te komen. Er is nu ongeveer 10 man en een paardenkop. Genoeg om het spektakel te laten beginnen.

Alsof ze op hun paard klauteren zwieren enkele jongens hun benen over de djembés en vliegen er direct in. Het trommelgeklop vormt niet echt het mooiste deuntje maar voor hen ideaal om hiermee 2 uur zonder ophouden door te doen. Naast de djembé spelers staat een groepje de gebeden te zingen. 1 van hen neemt de leiding en zingt enkele zinnetjes voor waarna de anderen het geklaag najammeren. Meer dan “aiaiaiai” en “Baajfaal” kan ik er niet uit op maken. Het is nu een half uurtje later en ondertussen is de bende met een 20 tal. Allen zingen ze luidkeels de gebeden mee en ondertussen hebben ze een kring rond de djembespelers gevormd. Met een slenterpasje stappen ze tegen de richting van de klok in. Zo blijven ze gaan, de hele tijd lang. Djembe spelend, jammerend en slenterend. 2 uur aan een stuk. Ze geraken er – mede door hulp van genotsmiddelen – door in een trance. En sommigen geloven dat ze dan onsterfelijk worden en beginnen soms levensgevaarlijke trucs uit te halen waar ze zonder enig schrammetje vanaf komen.

Written by lisa

juli 17, 2009 at 12:00 pm

Geplaatst in reisverhaal

Tagged with , , ,

internetcafé

with one comment

ik zet het scherm aan van de computer in mijn vast internetcafé. Ondertussen ben ik gewoon geraakt aan de snelheid van de computers en het internet. Een uurtje op het internet is net genoeg om mijn mails te checken en mijn blog te updaten. Af en toe kan ik ook even op msn en facebook. Ik typ mijn gebruikersnaam en wachtwoord in, druk op enter, en wacht…

Ik zit wat rond me heen te staren en mijn aandacht wordt getrokken door een jongen en een vrouw van begin de 30 die samen aan dezelfde computer zitten te giechelen. Iedere dag kom ik hier langs en iedere dag zitten er koppels aan de computer. Het zijn hoertjes en hun compagnon. Aangezien het laagseizoen is moeten ze op een andere manier hun klanten vinden. Eerst kijken ze op een site naar allemaal profielen van mannen. Meestal oude blanke mannen. Ze kijken wie online is en na wat sukkelen met de internet verbinding hebben ze toch een klant vast op de Yahoo messenger. Het hoertje maakt haar vlug even op, zet haar koptelefoon en micro op en plaats zich zo strategisch mogelijk voor de webcam. Soms lukt dit niet al te best en zie je op de achtergrond andere mensen van het internetcafé zitten. De jongen neemt het toetsenbord bij de hand en typt er op los. Waarschijnlijk de vunzigste zinnen eerst. De 2 van vandaag hebben ondertussen al meerdere klanten.

Ik check mijn eigen scherm nog eens en ondertussen is mijn blog geladen en kan ik mijn foto er op plaatsen. Het gelach van de 2 wordt heel luid. Ik kan het niet laten, draai me om en probeer een glimp van hun scherm op te vangen. Mijn nieuwsgierigheid heeft me opgeleverd dat ik nu naar een scherm aan het kijken ben waar een grote zwarte borst op staat. Haar borst. Ongegeneerd zit de vrouw in het internetcafé haar boezem te onthullen voor de webcam. Ik draai me vlug terug om en blog wat verder. Een kwartiertje later ben ik klaar, ik stop de uitbater enkele dalasis in zijn hand en passeer voorbij het meisje die nog steeds met haar zwarte ronde borsten bloot zit. Ze wendt zich in mijn richting, gniffelt en geeft me een vette knipoog.

Written by lisa

juli 12, 2009 at 11:42 am

Geplaatst in reisverhaal

9 juli – Banjul

with 3 comments

Gedégôuteerd en totaal verbaasd neem ik mijn wisselgeld aan waar de chauffeur net zonder enige schaamte zijn snot aan smeerde en prop het verfrommeld vies velletje tussen de andere smerige briefjes in mijn portefeuille. We rijden Banjul binnen en na enkele straten door elkaar gerammeld te zijn laat ik het busje halt houden zo dicht mogelijk bij the BCC, Banjul city council,.Ik ga enkele oude vrienden gedag zeggen alvorens ik aan het werk begin.

Terwijl ze rustig aan het sleutelen zijn in het computerlokaal, dat stad Oostende voor hen heeft geïnstalleerd, verwelkomen ze mij in the Gambia. De meesten van hen weten niet goed wat zeggen. In plaats van een praatje te doen over het weer, vinden ze er hier niet beter op continu te herhalen “how are you doing?” waarop ik tot vervelends toe, maar steeds vriendelijk, “i’m fine” zeg. “how is the Gambia?” is ook één van hun vragen waar ik steeds “it’s fine, but VERY hot” op antwoord terwijl ik met mijn hand heen en weer zwaai zodat het wat frisse wind produceert. Ze blijven het grappig vinden, of doen althans goed alsof.

Onderweg naar de vissersvrouwen kom ik Mamour tegen, vorige trip naar Gambia was hij onze gids. Zonder enige twijfel neemt hij deze job weer in zolang ik rondloop in Banjul. Daar zeg ik zeker geen neen tegen. Zeker niet na gisterenavond. Toen ik moedersziel alleen in een restaurant – die in een gids als zeker niet aan te raden was vanwege de drukte – geniepig een traantje wegpinkte toen ik luidkeelse emo-teksten als “don’t wanna live all by my self” moest aanhoren.

Samen met Mamour kom ik aan op de plek waar Aisha en haar familie van ’s morgens vroeg in de weer zijn met vis te kuisen en te roken. Aisha is vandaag niet op het werk. Ik zal me moeten tevreden stellen met haar grootmoeder en een vriendin. De rest van de vissersvrouwen en -mannen willen niet op de foto. Net op het moment dat de 2 vrouwen genoeg van mijn camera hebben voor vandaag komt er een felle wind op. In nog geen vijf seconden tijd vlucht ik samen met iedereen om me schuil te houden voor de hevige regen. Ik steek mijn camera in mijn rugzak en overtrek hem met mijn regenhoes. Mijn schuilplaats is niet echt ideaal. Ik word nat en het heeft geen zin hier te blijven staan. Op naar overdekte markt.

Het laagseizoen doet iets met de marktkramers. Het lijken wel vliegen op een stront. Ik probeer ze van me af te slaan terwijl ik me door de nauwe steegjes van de markt wurm. Tevergeefs, ze sleuren me hun winkeltjes in. Ze smeken me om naar hun spulletjes te kijken. Ik moet zeggen dat ik het triest vind. Terwijl ze in het hoogseizoen talrijke toeristen dingen kunnen aansmeren moeten ze het vandaag stellen met mij. Ik die zo kieskeurig ben en heel goed weet wat ik wil. Ik laat me niet doen en ga niet naar huis met kettingen die ik nooit ga dragen, beeldjes die ik nooit ga uitzetten. Koppig als ik ben wil ik eerst rondkijken om te zien wat het mooiste is en dan pas doe ik mijn slag. Mijn oog valt op een zelfgemaakte mand. Die wordt het. Na wat onderhandelen maak ik de verkoopster blij en koop de mand. Fier als een gieter met mijn nieuwste aankoop loop ik de markt uit. Aan de uitgang loop ik de mama van Aisha tegen het lijf. Ook zij verwelkomt me en maakt me duidelijk dat ze heel blij is dat ze me ziet.

Uitgeput neem ik een busje naar Westfield. Daar stap ik over tot aan trafficlight om daar vervolgens weer over te stappen naar Kololi. Ik stap met mijn fotorugzak en mijn mand uit mijn share-taxi. Ik hoor mijn naam. Mijn buurvrouw en haar dochtertje komen net aangewandeld. Het meisje van amper 9 neemt zonder pardon de mand uit mijn handen en plaatst die boven op haar hoofd. Na een vijftal minuten sloffen door het rode zand ben ik eindelijk terug thuis.

Written by lisa

juli 10, 2009 at 10:19 am

Geplaatst in reisverhaal